Martijn Veurtjes Zomergast van Schoonmaakjournaal

Martijn Veurtjes (Novon) over 5 jaar later: “De rol van schoonmaker verandert”.
Het interview met Martijn Veurtjes behoort tot de serie Zomergasten die Schoonmaakjournaal deze zomer publiceert. Ditmaal met jonge talenten van rond de 30 jaar met een leidende positie in een schoonmaak(gerelateerd) bedrijf of jongeren met zeer ambitieuze plannen. Om samen met hen te kijken naar hun komst en ervaringen in de schoonmaakbranche, hun passie, trends en ontwikkelingen en verwachtingen. En… naar 5 jaar later: hoe zien zij dan hun rol in het bedrijf en de schoonmaakbranche?

“Schoonmaken is niet sexy, op een verjaardag ben je snel uitgepraat als je vertelt dat je in de schoonmaak werkt. Jammer, want het is de meest innovatieve dienstverlening die er bestaat. Er gaan hele trajecten vooraf aan het ‘doekje over het bureau’. Trajecten die best mogen veranderen in de komende jaren.” Martijn Veurtjes, hoofd Bedrijfsbureau bij Novon Schoonmaak, is 34 en praat gedreven over zijn inmiddels 13 jaar tellende loopbaan in de schoonmaakbranche.

Wanneer kwam jij voor het eerst met de schoonmaakbranche in aanraking?
“In 2004 studeerde ik Facility Management aan de Saxion Hogeschool in Deventer. Ik zou stage lopen bij een verzorgingstehuis, maar deze werd kort van tevoren afgeblazen. Op de schoollijst stond nog een stage bij Novon in Zwolle open. Het klikte en de stage van vijf maanden volgde. Het beviel zo goed dat ik voor mijn afstudeerstage ook weer een beroep op Novon deed. Na afloop vierde ik net één maand vakantie, toen een collega belde of ik tijd had om bij te springen. Drie maanden bijspringen werden 13 jaar. Begonnen als manusje van alles, kreeg ik na twee jaar de functie van hoofd Bedrijfsbureau aangeboden. De destijds eenmansafdeling bestaat nu uit een team van 11 mensen. We houden ons bezig met commercie, servicedesk en kwaliteit (ISO/opleidingen).”

Hoe is de liefde voor schoonmaak ontstaan?
“Toevallig dus, door de stage. Ik ben er gewoon ingerold en met volle instemming ‘blijven hangen’. Schoonmaken is niet sexy, op een verjaardag wil niemand erover praten, terwijl er zoveel te vertellen valt. Het is meer dan alleen een doekje over een bureau halen. Er gaan hele trajecten aan vooraf, die zeer boeiend zijn. Het is ook afhankelijk van het bedrijf waar je werkt. Ik heb het erg naar mijn zin bij Novon. De sfeer is informeel en je krijgt veel mogelijkheden geboden. Je werkt met mensen, verschillende culturen, die samen een weg moeten vinden. 80% van de schoonmaakkosten zijn immers personeelskosten. En met de mens maak je ook het verschil.”

Wat vind jij belangrijke aandachtspunten binnen jouw werk en de schoonmaakbranche?
“Met de beste kwaliteit-prijsverhouding en met goede mensen op de juiste plek het verschil voor een opdrachtgever maken. Dagelijks houd ik mij met Europese aanbestedingen bezig; in theorie zie ik een kentering dat prijs minder belangrijk wordt dan kwaliteit; in de praktijk draait het toch altijd om de tarieven. Als je een uitgevraagd werkprogramma goed doorrekent, kom je altijd 20% tekort. Er moet dan toch iets gaan veranderen. In hoeverre wordt bij social return on investment rekening gehouden met de prijs? Is er sprake van intrinsieke motivatie of is het opgelegde vraag? Schoonmaken is geen rocket science, sommige aanbestedingen zijn net wiskundige vraagstukken. Waar zijn we mee bezig? We gaan veel liever samen om de tafel met een opdrachtgever. En waarom moet je als opdrachtgever door een opgelegde regel van schoonmaakbedrijf wisselen als je tevreden bent? Het kost veel energie, geld en tijd en het eerste jaar na wisseling zie je altijd een dip in de schoonmaak. Het eerste jaar verdient het nieuwe schoonmaakbedrijf ook niets vanwege de investeringen die bij een opstart horen.”

Hoe kijk jij naar de schoonmaakbranche over 5 jaar?
“De vijver waarin we vissen wordt niet groter. Ik zie dat kleinere schoonmaakbedrijven, het erg lastig krijgen door aangescherpte wet- en regelgeving en cao-kosten. We moeten als branche en opdrachtgevers meer toe naar de toegevoegde waarde en de prijs die men voor kwaliteit en resultaat wil betalen. De uitdaging in de komende jaren is bovendien het blijven vinden van collega’s met vakkennis en die daarvoor worden betaald, niet alleen in loon maar ook met bijvoorbeeld reiskosten. Een schone taak voor cao-onderhandelaars om het werk aantrekkelijker te belonen. Ik zie ook de rol van de schoonmaker veranderen, steeds meer opdrachtgevers stappen over naar dagschoonmaak en integreren schoonmaak met taken zoals gastheerschap en het bijvullen van papier en  koffie. Robots komen er meer en meer, zij zullen de mens niet gaan vervangen maar wel ondersteunen.  Professionele robots kunnen repeterende handelingen overnemen, zodat het ziekteverzuim voor gewrichtspijn vermindert en schoonmakers op duurzame wijze hun pensioen halen.”

Bron: Schoonmaakjournaal